Winnen start in je hoofd
Akkoord, het gebeurt wel degelijk dat iemand totaal uit het niets, en vooral heel verrassend voor zichzelf, een wedstrijd wint. Maar ook dan is er een moment waarop die sporter beseft van 'hola, ik ben hier aan de winnende hand'. Of zelfs nog anders, dat die geheel onbewust een zaadje heeft geplant in zijn hoofd. Ja, ook dat kan. Neem Brandon McNulty, de kersverse wereldkampioen wielrennen op de weg: blijkt dat hij op de ochtend van de wedstrijd tegen zijn vrouw aan het grappen was dat hij wereldkampioen zou worden. Geen slechte aanname, me dunkt.
'Focus je te veel op wat het gevolg kan zijn, kan dat besef verlammend werken. Je speelt niet meer om te winnen, maar om niet te verliezen.'
We gaan er vaak vanuit dat een wedstrijd wordt beslist door de vorm van de dag. En ja, uiteraard is de fysieke vorm heel belangrijk. Als de spieren niet fris aanvoelen en je algemeen geen goed gevoel hebt, dan wordt het heel moeilijk. Maar ook als die fysieke vorm wel helemaal oké is, kan het nog mislopen. Wanneer? Als je als sporter er zelf niet in gelooft! Het hoeft zelfs geen heel krachtige overtuiging te zijn, noem het eerder een vertrouwen in jezelf. 'Ja, ik kan dit', kan al meer dan voldoende zijn. Maar opgelet, want eens het einde van de wedstrijd nadert en je gaat net te veel met je gedachten bezig zijn, dan kan dat de trigger zijn voor je lichaam om te zeggen van 'foert, zoek het maar uit, ik doe niet meer in volle kracht mee', want je bent afgeleid. De concentratie die je voordien had, is er volledig uit.
Om het voorbeeld van McNulty terug te nemen: stel dat hij tijdens de laatste 30km toen hij alleen voorop lag zich zou laten afleiden door de seconden op het bord van de motard die naast hem komt rijden (i.p.v. het enkel op te nemen als 'got it', een weetje), en zijn gedachten daarop zou afstellen, dan was hij een vogel voor de kat geweest. Of een hapklare brok voor de groep die achter hem reed. Het enige dat hij hoefde te doen, was zijn wedstrijd rijden. De uitslag is het resultaat van zijn fietsen. En ja, dat klinkt simpel maar als je naar de meet rijdt, of bijvoorbeeld in tennis het matchpunt gaat spelen, dan is het net dan extra belangrijk om je focus te houden op je taak, namelijk trappen, bochten goed inschatten, sprinten of zorgen dat de bal binnen is.
Winnen is immers meer dan fysiek sterker zijn dan de tegenstand(er). Het is kunnen blijven doen wat werkt, ook wanneer je weet wat er op het spel staat. Het is de kunst om in het heetst van de strijd je aandacht bij het punt, de bocht, de trap te houden, en niet bij de beker, de trui of de titel. Focus je te veel op wat het gevolg kan zijn, dan kan dat besef verlammend werken. Je arm wordt strammer, de slag wordt korter, je speelt niet meer om te winnen, maar om niet te verliezen. De tegenstander hoeft niet beter te worden, jij hoeft alleen maar te gaan twijfelen.
Wie leert omgaan met die innerlijke druk, wie zijn gedachten niet laat dicteren door angst of euforie, vergroot zijn kans op winst enorm. De vorm van de dag helpt je vooruit, maar het mentale aspect beslist of je het tot de finish volhoudt. Welke gedachte neem jij aan?
Liefs,
Ine
