De concentratie die alles uitschakelt
Of je nu aan sport doet of niet, iedereen heeft zich wel al eens moeten concentreren om iets tot een goed einde te brengen: een presentatie voorbereiden, facturen opmaken, evaluatie- of functioneringsgesprekken voorbereiden, maar evengoed een menu klaarmaken of kroonlijsten schilderen... Tijdens dat moment van concentratie kijk je enkel naar en denk je enkel over datgene waarmee je bezig bent. Pak je dat aan op een manier die voor jou de zogenaamde klik maakt, dan creëer je voor jezelf de optimale presteertoestand. Dat is een fase van concentratie waarin je focus slechts op één innieminnie dingetje is gericht, terwijl al de rest wegvalt. Dat is waar sporters (meestal) krakken in zijn, soms uit zichzelf, soms met wat hulp door te leren hoe ze daar geraken.
Tijdens het EK atletiek nam de regisseur van dienst geregeld een frontaal beeld van een atleet waarbij dat zeer goed te zien was. Mijn dochter merkte spontaan op: 'Ze lijkt wel in trance'. En dat leek inderdaad ook zo: de manier waarop de atlete stond, haar blik gefixeerd op een punt ergens in de ruimte voor haar, haar ademhaling die beheerst volgde… en alsof niks of niemand haar uit die wereld waarin ze zich bevond, kon weghalen. Het was enkel nog zij en de prestatie die ze zo dadelijk ging neerzetten.
'Misschien is het ook net dat waar leiderschap begint: het vermogen hebben om in je eigen bubbel te stappen wanneer het nodig is.'
Eenmaal die optimale prestatietoestand aanwezig is, kan 'de flow' volgen. Maar vergis je niet, die flow zelf kan je niet creëren, het kan enkel een gevolg zijn dat automatisch optreedt (of niet). De flow is een staat waarin alles samenvalt wat je (als sporter) nodig hebt. Het is een mentale toestand waarin je niet meer nadenkt over wat je doet. Er komt een soort rust waarbij lichaam en geest in opperste vermogen samenwerken, zonder twijfels, zonder afleidingen. Als sporter die een prestatie levert voel je je op zo'n moment zelfs iet of wat gewichtloos. De tijd lijkt ook geen enkele impact meer te hebben, alsof alles in een tijdloze sfeer gebeurt. Het gaat enkel nog over het uitvoeren van datgene waar je als sporter al zo lang op getraind hebt. Het zijn die automatismen die het van je overnemen en gewoon doen. Typerend voor zo'n moment is dat de sporter nadien vaak niet meer bewust kan vertellen over dat momentum. De prestatie is dan als het ware zo geruisloos verlopen, dat de herinnering eraan zelfs niet bestaat. De prestatie daarentegen, die is geleverd zoals die (bijna) op haar maximum kon worden uitgevoerd.
Het is me als mental coach al opgevallen dat, hoe jonger een sporter is, hoe makkelijker die een optimale presteertoestand voor zichzelf kan creëren. Ook mijn dochter beaamde dat over haar jaren in het competitieturnen. In de beginjaren was ze enkel bezig met zichzelf en de uitvoeringen van haar oefeningen. Ze hoorde of zag verder niks anders. Pas in de laatste jaren begon ze meer te luisteren naar wat er rondom haar in de zaal gebeurde. En dat zorgde meer dan eens voor afleiding, met alle gevolgen van dien. Het toont dat hoe jonger je bent, hoe minder je nog bezig bent met verwachtingen, met wat anderen (zouden kunnen) denken, met de druk die je op je schouders legt. Het gaat dan nog meer gewoon over doen wat je moet doen, zonder de ballast van gedachten die je eruit kunnen halen. Naarmate je ouder wordt, is die bubbel niet meer zo vanzelfsprekend. Dan kan het erg zoeken worden naar wat je zelf moet doen om die presteertoestand te gaan ontwerpen. Gelukkig bestaat er ondertussen de action types profiling. Dankzij deze benadering kan er gerichter worden gezocht naar wat er bij jouw persoonlijkheid past, want ook dat kan verschillend zijn. Het zijn die kleine procentjes die het verschil kunnen maken tussen relax sporten met optimaal presteren en geforceerd sporten waarbij het denken de overhand neemt (en er dus geen balans is tussen lichaam en geest). Want het is die balans die je zal leveren wat je wilt bereiken, wat dat ook mag zijn.
Misschien is het ook net dat waar leiderschap begint: het vermogen hebben om in je eigen bubbel te stappen wanneer het nodig is. Niet om je af te sluiten van de wereld, maar wel om jezelf de ruimte te geven om helder te denken en vertrouwen te voelen in wat je doet. De kracht om te presteren zit bijgevolg niet enkel in de spieren, maar zeker ook/vooral in het mentale vermogen.
Liefs,
Ine
