Waarom sporters zichzelf saboteren

30-12-2025

Zelfsabotage in de sport... ja, ook daar is het aanwezig. Het is een vreemd soort tegenstander want het is niet de tegenstander in de wedstrijd waartegen je het opneemt, maar wel een stille kracht die van binnenuit werkt. Veel sporters herkennen het gevoel: je weet dat je beter kan, je hebt het al bewezen en toch doe je op cruciale momenten iets wat je prestaties ondermijnt.

Wat veel mensen niet beseffen, is dat zelfsabotage zelden iets te maken heeft met gebrek aan talent of inzet. Het is meestal een beschermingsmechanisme van het brein. Sporters die bang zijn om te falen, proberen vaak (on)bewust een excuus te creëren: zich niet ten volle voorbereiden, expres te laat komen, te weinig slapen, tijdens de wedstrijd fouten maken (en ja, sommigen gaan zelfs zo ver om hun eigen materiaal te saboteren), enz. Het zijn manieren om achteraf van te kunnen zeggen dat het daaraan lag. Zo word je er niet mee geconfronteerd dat je misschien niet goed genoeg zou zijn geweest, zelfs als je alles perfect had gedaan. Het is een manier om jezelf te beschermen tegen teleurstelling, oordeel of schaamte. 

'Het mechanisme achter zelfsabotage is eigenlijk verrassend logisch: het brein kiest veiligheid boven groei, comfort boven risico en controle boven kwetsbaarheid.'

Maar ook angst voor succes kan net zo verlammend werken. Sommige sporters schrikken immers wanneer ze merken dat ze boven zichzelf uitstijgen. Succes brengt dan verwachtingen met zich mee, van anderen maar ook van jezelf. Plots moet je dat niveau vasthouden, en dat voelt als een last. Het brein kiest dan soms voor de veiligheid van het vertrouwde, zelfs als dat betekent dat je jezelf klein houdt. Je saboteert je eigen vooruitgang omdat groei ook risico's met zich meebrengt. 

Daarbovenop speelt het zelfbeeld een grote rol. Als je diep vanbinnen gelooft dat je geen winnaar bent, dat je niet thuishoort op een bepaald niveau of dat je niet mag opvallen, dan zal je gedrag die overtuiging bevestigen. Het brein houdt nu eenmaal liever vast aan wat het kent, zelfs als dat je tegenhoudt. Perfectionisme kan dat nog versterken. Sporters die alles perfect willen doen, raken verstrikt in hun eigen verwachtingen. Wanneer ze voelen dat perfectie niet haalbaar is, beginnen ze uit te stellen, te overdenken of zichzelf te blokkeren: liever geen poging dan een poging die niet perfect is. Zelfsabotage duikt vooral op wanneer de druk hoog is. 

Het mechanisme achter zelfsabotage is eigenlijk verrassend logisch: het brein kiest veiligheid boven groei, comfort boven risico en controle boven kwetsbaarheid. Als jij zelf de rem op je prestaties zet, voelt dat veiliger dan het risico lopen dat iemand anders je 'ontmaskert'. Het is een manier om de illusie van controle te behouden, zelfs als dat betekent dat je jezelf tegenhoudt. Wie dit mechanisme herkent, staat al een stap verder. Zelfsabotage is geen teken van zwakte, maar een signaal dat er iets in je mentale systeem aandacht vraagt. 

Misschien is dat wel de belangrijkste uitnodiging die zelfsabotage ons geeft: om eerlijk te kijken naar wat er onder de oppervlakte speelt. Niet om jezelf te veroordelen, maar om jezelf beter te begrijpen. Elke sporter draagt overtuigingen, angsten en verwachtingen met zich mee, en soms botsen die met het verlangen om te groeien. Zelfsabotage is dan geen vijand, maar een signaal dat je op een grens stoot waar je nog niet helemaal durft door te duwen. Wie de moed heeft om dat signaal te onderzoeken, ontdekt vaak dat er achter die remmende patronen een enorme kracht schuilt. Het vraagt tijd, zelfcompassie en soms begeleiding, maar het opent de deur naar een manier van sporten die niet alleen beter voelt, maar ook dichter bij je echte potentieel ligt.

Wees welkom,
Ine